Terug naar overzicht

Cindy Kruijthof, Marlies Brandt en Marije Verhoef werken bij Atlant en dragen zorg voor mensen met de ziekte van Huntington. Ze hebben alle drie meegedaan aan de Topcare-scholing, in een van de eerste pilots in 2018. Vanuit hun verschillende functies op zowel hbo- als mbo-niveau hebben ze binnen eigen organisatie onderzoek gedaan.

Marije Verhoef, Eerst Verantwoordelijk Verzorgende (EVV’er), mbo niveau 3-plus. Ze werkt 22 jaar bij Atlant, en sinds enkele jaren bij de dagbehandeling voor mensen met de ziekte van Huntington. Binnen de Topcare-scholing heeft Marije samen met haar collega Dorien, medewerker maatschappelijke zorg 3, onderzoek gedaan naar een optimale daginvulling van de cliënt met de ziekte van Huntington die de dagbehandeling bezoekt.

Cindy Kruijthof, Coördinerend Verpleegkundige/casemanager voor mensen met de ziekte van Huntington. Dat doet ze extramuraal vanuit Atlant. Omdat zij HBO-V leerlingen begeleidde, was zij ten tijde van de Topcare-scholing deels werkzaam op de intramurale Huntington-afdelingen. Cindy heeft binnen de Topcare-scholing onderzoek op hbo-niveau gedaan naar het gebruik van glijzeilen bij mensen met de ziekte van Huntington bij Atlant. Een glijzeil is een handig hulpmiddel om mensen in bed om te draaien en te helpen met aan- en uitkleden. Het onderzoek deed ze samen met Marlies Brandt.

Marlies Brandt, muziektherapeut. Ze werkt 27 jaar bij Atlant en heeft muziektherapie voor de Huntingtondoelgroep bij Atlant ontwikkeld.

Wat is van de Topcare-scholing blijven hangen?

Cindy: “Aanvankelijk was ik verbaasd dat er zo weinig gebruikt werd gemaakt van glijzeilen op de afdelingen. Gaandeweg het proces hebben we niet het waarom als onderzoeksvraag gesteld maar hóe en wanneer glijzeilen worden gebruikt. Het scherpkrijgen van een goede onderzoeksvraag vond ik heel leerzaam. Ook vond ik het leuk om de tools voor onderzoek weer op te frissen en daarin begeleiding te krijgen. De Topcare-scholing heeft me meer kennis en vaardigheden opgeleverd, waar ik nu nog steeds profijt van heb. Een praktisch voorbeeld: ik ben pasgeleden begonnen met een hbo Master Social Work, waarbij we onderzoek doen en praktijkverbeterinterventie plaatsvindt op basis van onderzoek. Ik merk dat de opgedane kennis tijdens de Topcare-scholing nu goed van pas komt.”

Marije: “Ik vond het interessant om me te realiseren hoeveel werk onderzoek is. We hebben de onderzoeksvraag keer op keer geherformuleerd om hem scherp te krijgen en echt die informatie op te halen die we wilden hebben. En in de voorbereiding van de interviews met de cliënten heb ik geleerd hoe je goede open vragen stelt, zonder de mensen al een bepaalde richting in te sturen. Al vond ik achteraf dat ik nog betere vragen had kunnen stellen.”

Marlies: “Als je onderzoek in je eigen organisatie op een goede manier wil implementeren en borgen dan moet je de behandelaren, zorgmedewerkers, eigenlijk alle lagen erbij betrekken. Je moet goed aansluiten bij de praktijk. Daarnaast is het zaak om niet meteen heel groot te denken maar kleine stappen te zetten en oog te hebben voor kortetermijnsuccessen. Om naar één onderwerp te kijken vanuit verschillende gezichtspunten heeft geleid tot meer rendement en meer verbinding.”

Wat voor vervolgtraining zouden jullie interessant vinden?

Marije: “In ons onderzoek naar een optimale daginvulling hebben we enkele aanbevelingen gedaan. Daar is niets meer mee gedaan. Het zou mooi zijn om dat op te pakken, zoals meer flexibiliteit in de rust- en ophaaltijden. Ik zou dan ook graag een vervolgtraining hebben over hoe je aanbevelingen implementeert in de praktijk.”

Cindy beaamt dat: “Tijdens de scholing waren er uren voor onderzoek, maar zodra die was afgelopen gingen we weer op oude voet door. De grootste valkuil is dat er geen tijd wordt vrijgemaakt voor implementatie. Maar ik ben verder niet meer betrokken geweest bij wat er met het onderzoek is gedaan, want ik ben niet meer werkzaam op de verpleegafdeling.”

Marlies: “Ik vind het belangrijk om structureel bezig te blijven met onderzoek om onze zorg en behandelingen te verbeteren. Het is lastig om in de waan van de dag die houding te hebben naar het werk, scholing helpt daarbij. Mede met oog op onze concurrentiepositie is het zeer nuttig als collega’s scholing en training volgen en ruimte krijgen voor onderzoek. Wel pleit ik ervoor om eerst lopend onderzoek af te ronden.”

Vinden jullie een opfrisdag een goed idee?

Cindy: “Het lijkt me nuttig om ervaringen uit te wisselen met andere organisaties buiten Atlant, om te horen wat zij hebben gedaan na de Topcare-scholing. En hoe zij het hebben geïmplementeerd en geborgd in hun organisatie.”

Marije: “Zeker, dan zou ik het graag willen hebben over hoe ik draagvlak kan creëren bij mijn collega’s zodat de onderzoeksvraag ook bij hen leeft. Het onderzoek was gebaseerd op een vraag van mijzelf. Dus hoe motiveer ik anderen om zich er net zo voor in te zetten als ik, ook bij de implementatie?”

Marlies: “Ja, dan kan ik weer met een afstandje naar mijn werk kijken: hoe doe ik het, kan ik het anders of beter doen, wat is het effect van wat ik doe, waarbij heb ik een sparringpartner nodig? Een opfrisdag zou me helpen om weer die onderzoekshouding aan te nemen.”