De criteria waaraan een Topcare expertisecentrum moet voldoen zijn vernieuwd. Ze zijn nu ingedeeld naar vier acties:

  1. Bieden van specialistische zorg & behandeling
  2. Verrichten van onderzoek
  3. Ontwikkelen en leren
  4. Delen van expertise

Hieronder staat per actie wat de criteria zijn, de indicatoren daarvan en de normering. De criteria zijn voor alle organisaties gelijk, maar voor starters geldt wel een andere normering dan voor deelnemers die al langer een Topcare predicaat hebben en na vier jaar hun predicaat verlengen. 

Actie 1: Bieden van specialistische zorg en behandeling

a. Visie
Er wordt gewerkt vanuit een ambitieuze visie op de specialistische zorg en behandeling van de doelgroep.
De visie is overtuigend en onderscheidend, specifiek voor de betreffende doelgroep, en geeft blijk van een specialistische kijk op de zorg en behandeling van de doelgroep.

b. Volume
Een substantieel aantal intramurale cliënten uit de doelgroep ontvangt specialistische zorg en behandeling.
Er zijn minimaal 30 cliënten, die op een logische manier een eenheid vormen.

c. Methodisch werken
De zorgorganisatie hanteert specialistische richtlijnen en een methodische werkwijze. Starters kunnen laten zien dat zij specialistische richtlijnen hanteren in de zorg en behandeling voor de doelgroep. Langjarige deelnemers dragen bovendien bij aan specialistische richtlijnontwikkeling.

d. Team
i. Er is een multidisciplinair team bestaande uit voor deze doelgroep relevante professionals.
De organisatie kan uitleggen waarom gekozen is voor dit team van zorgprofessionals en behandelaren.
ii. Het team heeft gezamenlijk voldoende werkervaring om uitstekende zorg en behandeling te bieden.
De werkervaring bedraagt gemiddeld 4 jaar voor het gehele team, met een gezonde mix van ervaring en 'frisse blik'.

e. Cliëntbetrokkenheid
De inbreng van cliënten is aantoonbaar in de fysieke omgeving, de dagelijkse zorg en behandeling, de dagactiviteiten en de programmering van het onderzoek.
De organisatie kan aangeven waar de inbreng van cliënten al aantoonbaar is, en waar of wanneer het nog niet lukt.

Actie 2: Verrichten van onderzoek

a. Onderzoeksagendering
Er is een onderzoeksbeleid en onderzoeksagenda, met betrekking tot patiëntgebonden onderzoek; zo mogelijk in samenhang met een organisatie-overstijgende onderzoeksprogrammering.
Starters: de zorgorganisatie is bekend met de (landelijke) onderzoeksprogrammering met betrekking tot de doelgroep. Er is een (aanzet tot) een eigen onderzoeksagenda, afgestemd met (vertegenwoordigers van) de cliënten.
Langjarige deelnemers: de eigen onderzoeksagenda is daarbij afgestemd met de bovenregionale onderzoeksprogrammering.

b. Praktijkonderzoek
Medewerkers van de organisatie verrichten op methodische wijze praktijkonderzoek.
Starters: minimaal twee zorgmedewerkers of behandelaren zijn gestart met een onderzoek.
Langjarige deelnemers: er bestaat een traditie in het verrichten van praktijkonderzoek, uitgevoerd door medewerkers in diverse functies.

c. Samenwerking in onderzoek
De organisatie is betrokken bij organisatie-overstijgende onderzoeksprojecten die relevant zijn voor de doelgroep.
Starters: zij nemen deel aan één concreet onderzoek.
Langjarige deelnemers: zij nemen deel aan meerdere concrete onderzoeken. Beiden besteden expliciet aandacht aan de vertaling van de onderzoeksresultaten naar de patiëntenzorg.

d. Promotieonderzoek
De zorgorganisatie heeft professionals in dienst die (gaan) promoveren/zijn gepromoveerd.
Starters: de organisatie richt zich actief op het verwerven van promotie-trajecten.
Langjarige deelnemers: er bestaat een traditie van (promotie)onderzoek.

e. Betrokkenheid wetenschappers
Er bestaat een formele samenwerking met wetenschappers, verbonden aan een hogeschool, universiteit of ander relevant onderzoeksinstituut.
De samenwerking is geformaliseerd met een contract, bijvoorbeeld een samenwerkingsovereenkomst of arbeidscontract De samenwerking leidt tot een betekenisvolle bijdrage aan het onderzoek en aan de patiëntenzorg.

f. Interne organisatie
i. De zorgorganisatie heeft een Wetenschappelijke Onderzoekscommissie (WOC) of een soortgelijke commissie. De WOC ziet toe op de kwaliteit, haalbaarheid, samenhang en uitvoering van onderzoek op korte en lange termijn.
ii. De zorgorganisatie faciliteert (de voorbereiding & uitvoering van) onderzoek in de eigen organisatie. De organisatie maakt het mogelijk dat kansrijke onderzoeksplannen kunnen worden uitgewerkt, ingediend voor financiering en zo mogelijk uitgevoerd.

Actie 3: Ontwikkelen en leren

a. Intercollegiaal leren
In de zorgorganisatie bestaat een werkcultuur waarin kennis en ervaring onderling worden gedeeld op een systematische wijze.
De organisatie kent zowel formeel (op papier, intranet, bijeenkomsten, programma's) als informeel (durven vragen, fouten kunnen maken) manieren van leren en kennisdelen. Er is sprake van systematisch leren, bijvoorbeeld in een PDCA-cyclus.

b. Leren van resultaten van onderzoek
De resultaten van onderzoek leiden tot verbeteringen in de zorgorganisatie.
Starters kunnen aantonen welke verbetering het resultaat is van extern onderzoek.
Langjarige deelnemers kunnen aantonen welke verbeteringen het resultaat zijn van extern én eigen onderzoek.

c. Scholing
i. De medewerkers betrokken bij de doelgroep volgen scholing over de specialistische zorg en behandeling van de betreffende doelgroep.
De organisatie kan aangeven wat zorgmedewerkers en behandelaren hebben geleerd van de scholing en wat zij ermee gedaan hebben in de praktijk van de patiëntenzorg.
ii. Zorgmedewerkers en behandelaren volgen scholing over onderzoek.
De organisatie kan aangeven wat zorgmedewerkers en behandelaren hebben geleerd van de scholing.
iii. Kennis en ervaring worden intern dusdanig ontsloten dat alle, en met name nieuwe, medewerkers kunnen leren van de meer ervaren collega's. Kennis van vertrekkende collega's wordt overgedragen.
De organisatie kan aantonen dat de overdracht van specialistische kennis over de doelgroep onderdeel is van een inwerk-, doorstoom- en overdracht-programma.

d. Ontwikkeling
De medewerkers weten wat zij goed kunnen en waarin zij zich nog kunnen ontwikkelen.
Medewerkers kunnen aangeven waar zij trots op zijn. En zij kunnen aangeven wat zij en het team nog willen verbeteren en hoe zij van fouten leren.

e. Technologische innovatie
De organisatie heeft een visie op technologische innovaties, waaronder e-health, slimme technologie en kunstmatige intelligentie.
Voor starters geldt dat zij kunnen aangeven wat hun plannen zijn voor de ontwikkeling van technologische innovaties, waaronder e-health.
Voor langjarige deelnemers geldt dat zij reflecteren op hun ervaringen met technologische innovaties, waaronder de uitvoering van geslaagde innovaties en de leerpunten van (nog) niet geslaagde experimenten.

Actie 4: Delen van expertise

a. Cliënten en hun sociale omgeving
Cliënten en hun sociale omgeving in brede zin worden betrokken bij de veranderingen die voortkomen uit onderzoek.
Starters informeren de cliënten en de cliëntenraad over onderzoeksresultaten.
Langjarige deelnemers: cliënten en/of cliëntraden zijn actief betrokken bij onderzoeksplannen en uitvoering van verbetertrajecten.

b. Erkend als expertisecentrum
De experts van de zorgorganisatie delen hun kennis en ervaring met collega's en cliënten op tenminste regionaal niveau.
Er is een consultatiefunctie voor professionals en/of cliënten uit de regio. De organisatie heeft een expertrol in de lokale ketensamenwerking en is 'gul' in het delen van haar kennis en ervaring ten behoeve van cliënten en professionals in de (wijde) omtrek. Er zijn minimaal 2 referenties van partnerorganisaties uit de omgeving, waarvan minimaal één ketenpartner.

c. Netwerk
De zorgorganisatie participeert in relevante netwerken van zorgorganisaties, opleidingsinstituten en onderzoekscentra.
De organisatie kan uitleggen wat het heeft geleerd van participatie in deze netwerken en wat het daaraan bijdraagt.

d. Sprekers, publicaties en visuele media
De experts van de zorgorganisatie delen hun kennis en ervaring op congressen en symposia in de vorm van publicaties, lezingen, workshops al dan niet met hulp van visuele media.
Starters: spreken of een workshop leiden op een Topcare Praktijk- en wetenschapsmiddag, of een posterpresentatie op een landelijke conferentie houden.
Langjarige deelnemers: idem, maar ook een wetenschappelijk artikel publiceren, of een keynote leveren op een conferentie, een film maken of zelf een landelijke bijeenkomst organiseren.